Opmerkelijkheden uit het dagelijks leven (22-10-2009 t/m 23-11-2009)
Opmerkelijkheden uit het dagelijks leven (11-10-2009 t/m 23-11-2009)
Tijdens het dagelijks leven val ik hier vaak van de ene verbazing in de ander. Zoveel dingen gaan er hier anders aan toe dan bij ons in de westerse maatschappij, het is denk ik de moeite waard is om hier te vertellen
Ik zal om te beginnen nog eens wat uitweiden over de woonsituatie hier;
Overal in Indonesië doe je binnen je schoenen uit, ook slippers zijn uit den boze, dus dat betekend gewoon allemaal op blote voeten. In het begin was ik bang voor voetschimmels of iets dergelijks maar, dat is tot nu toe uitgebleven. De meeste huizen hebben een betegelde vloer dus dat is makkelijk schoon te houden.
Als je het huis waar ik woon binnenstapt, valt direct op dat er erg weinig meubilair is. De ontvangstkamer is op een vloerkleed na helemaal leeg, hierop wordt het bidden gedaan, wat volgens de regels van de Koran meerdere keren per dag plaatsvindt. Ook in de woonkamer overheerst de leegte. Een klein tafeltje met één plastic stoel en soms staat er ook een plastic krukje. Verder een kast waar de TV in staat en nog een klein kastje, dat is het! Er is best ruimte genoeg voor meer, dat is het probleem niet…maar er is kennelijk niet echt behoefde aan. De TV staat (als de stroom niet is uitgevallen) de hele dag aan en er ligt ook bijna altijd iemand voor, op de grond of op een aftands matras. Één van de 5 kinderen of soms een vreemdeling die wat komt eten en daarna even gaat rusten… Tekenfilms zijn favoriet maar kennelijk slaapverwekkend want de liggende persoon heeft vaak de ogen dicht. Tegen de avond wordt het drukker rond de TV. De hele familie ligt dan op de grond of gedeeltelijk op de matras, soms knusjes tegen elkaar aan, zouden ze het koud hebben? Af en toe wordt er door iemand wat eten uit de keuken gehaald wat daar de hele dag ‘standby’ staat op kamer temperatuur. Het wordt op de grond gezet en met de handen op gegeten. Ik ben de enige die zijn eten aan het tafeltje nuttigt maar niet de enige die dat in zijn uppie doet. Nee, gezamenlijk de maaltijd genieten is hier niet gebruikelijk, ook heb ik nog niet echt regelmaat qua tijdstip kunnen ontdekken. Hoe later het wordt, hoe minder mensen er wakker blijven, maar verder blijft de situatie ongewijzigd. Niemand maakt aanstalten om naar bed te gaan of op zijn minst voorbereidingen zoals tanden poetsen of omkleden te treffen. Meestal ligt vanaf een uur of 10 iedereen daar voor de TV te slapen. Het volume staat nog altijd even hard maar dat stoort ze niet, ze zijn niet wakker te krijgen… (weet ik uit ervaring). Ook alle lichten blijven aan maar veel stroom kost dat niet want het zijn allemaal spaarlampen. Ik ben wel eens tot twee uur op gebleven, en toen ik beneden kwam voor een glas water was de situatie nog steeds hetzelfde, ik stond toen even te kijken en dacht bij mezelf: “ze slapen net zoals dieren dat doen, half op elkaar en in de vreemdste posities” ik kon me niet bedwingen om vanaf een afstandje een foto te maken. Het gekke is dat er wel slaapkamers zijn, maar daar wordt nauwelijks gebruik van gemaakt, ja soms haakt er één iemand af van het groepsgebeuren en kiest voor een kamer, dat is trouwens ook iedere keer iemand anders, en de kamers lijken ook niet strikt persoonsgebonden…
Hoewel ik soms erg vroeg op moet (05:30) is iedereen dan al wakker. De kinderen maken zich meestal klaar voor school terwijl moeder al weer in de keuken bezig is… ze heeft altijd wel hulp van de kids, met de afwas of het schoonmaken van het vlees…
Dat brengt me bij het onderwerp eten. Zoals ik al eerder vertelde verdient de moeder de kost met het verkopen van zelfgemaakt voedsel. Dat is daardoor de belangrijkste bezigheid van de dag. In behoorlijk grote hoeveelheden wordt voedsel ingekocht en bereid. Ik heb het voornamelijk over; Kip, vis, gebakken banaan, een soort beignets, gebakken tempé koekjes, soep en wat snacks zoals kroepoek. Rijst staat daarbij altijd klaar in de speciale elektrische rijstkoker. De manier waarop met het voedsel wordt omgegaan baard mij soms enige zorgen en uit ervaring weet ik dat dat niet onterecht is. Voor het bereiden ligt vlees en groenten op de grond of in de gootsteen om gehakt of gewassen te worden, de bacteriën sterven wel weer tijdens het bereiden maar na het bereiden word het in een soort glazen vitrinekastje enkele dagen bewaard, nee dat is niet gekoeld, in tegen deel, soms staat de zon er op te schijnen… tja… inmiddels heb ik geleerd te vragen of mijn eten nog even verhit kan worden voor ik het opeet…
Het geniaalste vind ik de barbecue die om de paar dagen vanaf half zeven ‘s ochtends tot tegen het middaguur staat te roken. Echt, die walm waait bij de halve buurt naar binnen maar geklaagd wordt er nooit. Het maakt mij soms wel wakker, want ook het hele huis staat blauw! Mama Donie / Ibu (de huismoeder) is bekend om haar verrukkelijk bbq chicken, de marinade is tot aan het bot te proeven, maar ook de vis van het vuur is erg lekker! Inmiddels kan ik het hartige ontbijt goed waarderen, rijst, tempé in sambal, bbq kip of vis, en in een behoorlijke hoeveelheid. Meestal zit ik tegen lunchtijd nog steeds vol!
Het laatste thema voor vandaag is het sanitair… tja… dat is ook weer zo iets. Het water komt hier uit een put, dat is overigens niet bij iedereen in de hele buurt het geval hoor. Om de paar dagen is Donie (de één na oudste zoon van 25) zijn taak de pomp aan te zetten en de reservoirs weer te vullen met een tuinslang. Het zijn gemetselde, betegelde reservoirs van ongeveer 500 tot 1000 liter. Als ze vol zijn lijkt het water qua uiterlijk een beetje op het IJsselmeer. Er staat een reservoir in het toilet, de badkamer er buiten op de binnenplaats. Met dat water doen we ons ding en dus niet met stromend of warm water. Om je bijvoorbeeld te wassen gebruik je een soort bakje aan een steel (het doet me denken aan een puts om mee te hozen op de bood), je plenst het water dan over je heen, het voordeel is dat het erg verfrissend is. Ook de bips poetst men na de grote boodschap op die manier, boven het hurktoilet, waar we met blote voeten op staan. Het wordt een ‘nat toilet’ genoemd, en voor ik erheen ga doe ik dan ook mijn zwembroek aan! Dat is comfortabeler dan de broek ver op te hoeven stropen. Door voor en na, heel veel water te gebruiken hoop ik wat hygiëne te verkrijgen… want schoonmaakmiddel zoals wc of alles reiniger is in dit huis niet te vinden! De staat van de sanitaire ruimtes mogen jullie zelf beoordelen aan de hand van mijn bijgevoegde foto’s.
De Delta in… (25-10-2009)
Ja, nu wordt het tijd om over mijn onderzoeksactiviteiten te gaan vertellen. Na alle omslachtige voorbereidingen had ik de toestemming om de delta in te gaan. Volgens de informatie was het gunstig om over de weg naar Handil te gaan en daar pas op de boot te stappen, Handil ligt namelijk behoorlijk ver de delta in. Samarinda ligt ook wel aan de rivier maar het zou langer duren en ook veel duurder zijn, om het hele stuk naar mijn onderzoeksplek per boot af te leggen. Naar Handil gaat geen openbaar vervoer, het is echt afgelegen gebied… Een auto huren is duur dus beslook ik achterop de motor scooter van mijn gids te gaan. Ik zal het soort voertuig even beschrijven: Het zijn kleine motorfietsen die eigenlijk qua uiterlijk meer op een grote brommer lijken. Ze hebben een 4 takt 125 cc motor en 4 versnellingen, dus voor de Nederlandse wet is het wel een motor en ik mag er daarom niet op rijden met mijn auto rijbewijs. Jammer want ik had het wel leuk genvonden, ik heb namelijk lang op zo’n brommer rondgereden (met officieel een iets lichtere motor), mijn trouwe Honda C50 voor de gene die dat nog weten. Duidelijk is dat deze motorscooters niet zijn ontworpen om met zijn tweetjes op een comfortabele manier een lange afstand af te leggen, zeker niet over de wegen die ze hier hebben.
Ja, die tocht naar Handil was behoorlijk afzien, het tempo zat er goed in, en omdat er zo nu en dan plotseling diepe kuilen in de weg zaten werd ik regelmatig gelanceerd. Staand op de voetsteuntjes terwijl we door een kuil gingen werkte beter maar door mijn zware rugtas kreeg ik daar op den duur weke benen van. We waren om half zeven vertrokken en om een uur of negen kwamen we aan in Handil. Het had wat gerend dus mijn gympen waren al nat en mijn billen een beetje beurs.
Handil is een klein dorp met een nog kleiner haventje, ik denk dat er 20 krakkemikkig uitziende bootjes lagen. Ik bleef even met mijn helm op bij de motor wachten terwijl mijn gids Supri en vriend Anton gingen vragen of er iemand was die ons naar mijn onderzoeksplek kon brengen. Dit moest er voor zorgen dat de prijs niet onnodig hoog zou worden, omdat mijn blanke gezicht op een dollar biljet schijnt te lijken. Na een half uur kwamen zij enigszins verslagen terug met de mededeling dat het twee miljoen Ruppies moest kosten. WAT?!? De schoften, dat is 150 euro! Ik wist heel goed dat ik in het begin pittig moest onderhandelen want dat bepaald ook de prijs voor de toekomst… “kom we gaan” zei ik, en we reden boos weg. Even overlegd net buiten het dorp en er bleek nog een dorp te zijn; Sanga Sanga. Daar heen gereden en toen anders aangepakt. Ik navigeerde ons naar een woonwijkje aan de rivier. Ik liep de stijger op, van huizen die op palen half in de rivier staan, en ging geïnteresseerd naar de bomen aan de overkant staan kijken terwijl ik heftig in mijn bomenboekje bladerde. Natuurlijk trok dat de aandacht en binnen drie minuten stond er al een groepje locals om ons heen. Nu vertelde ik precies wat Supri en Anton moesten zeggen: Ze zijn studenten die mij de locale mangrove bomen willen laten zien, ik wilde graag maar had eigenlijk geen geld… Ik had gelukkig wat oudere kleren aan en mijn blitse ‘Ortlieb’ rugzak zat behoorlijk verscholen onder een laag blubber van de lange rit. Het toneelstukje duurde bijna een uur met koffie en alle buren die zich even kwamen voorstellen. Nou het werkte wel, ik denk dat het boekje en mijn inmiddels behoorlijk verkreukelde proposal de sterkste troef waren. Haha! 700.000 Rp en sigaretten, niet slecht, dat is al een behoorlijke reductie! Toch vond ik het nog te duur maar om de gemoederen goed te houden en de dag toch nog met wat mangrove te verfraaien kocht ik een ritje van 250.000 Rp. “Dat is alles wat ik nu heb, laat me daarvoor zien wat je kunt”.
Leuk hoor, we gingen naar een klein bosje op een eiland niet ver van het dorp maar het was gedeeltelijk wel mangrove. Goed op alles letten en proberen de soorten te herkennen. Bij het eiland aangekomen wilde ik wel aan land, maar het zag er niet echt begaanbaar uit. Er was gewoon geen grond waar je op kon lopen, alles wordt ingenomen door grote uit de grond komende wortels. Wat onhandig klauterend betrat ik het bos maar Anton kon het niet lang aanzien en kwam me te hulp. Hij komt van uit de jungle op Papua dus weet wel hoe je hier mee om moet gaan. Hij pakte een kapmes van een halve meter uit de boot en begon een weg voor me te kappen. Zelf liep die gewoon op blote voeten, terwijl ik juist mijn broek stevig in mijn gympen probeerde te stoppen zodat er maar geen ‘weet ik veel wat’ naar binnen kon kruipen. Haha, dit is net uit een Indiana Jones film. Ik wilde alles uit de tocht halen dus we gingen ook nog naar een naastliggend eiland. Nou ja eiland, eigenlijk was het gewoon jungle die in het water groeide. Ik moest vanuit de boot hier in stappen dus deed ik het ook, ik verwachtte dat het blubberig zou zijn maar niet dat ik gelijk een halve meter zou weg zakken! Wow! Het gekke is dat je af en toe diep in de blubber een wortel tegenkomt. Als je geluk hebt stap je er met het midden van je voet op, dan zak je niet zo diep weg, maar soms zit het tegen en raak je die wortel alleen met je teen zodat je evenwicht verliest en onderuit gaat! Tuurlijk, dat vind iedereen leuk en zo heb ik mijn goede daad voor vandaag ook weer gedaan.
Vallen en opstaan, bladeren en vruchten plukken, in bomen klimmen, foto’s maken, de literatuur raadplegen, lunchen op een eilandje en lol hebben! Dit was zo’n slechte dag nog niet. Vermoeiend maar leerzaam!
Dolfijnen trip (21-10-9009 t/m 23-10-2009)
De Budi waar ik al eerder over verteld heb heeft samen met zijn Nederlandse vrouw Danielle een NGO: ‘Rasi’. Hiermee komen zij op voor Natuurbehoud en specifieker het belang van Cetaceans (walvisachtige). De rivier dolfijn is op veel plaatsen behoorlijk bedreigd en dat is dan ook een belangrijk onderwerp binnen hun activiteiten. Ze zijn al een tijd bezig met het organiseren van een internationale workshop namelijk: ‘Workshop on Establishing Protected Areas for Asian Freshwater Cetaceans’. Nu is het zover. Budi nodigde me uit om een dag mee te lopen omdat het veel met water management te maken heeft. Het leek me leerzaam en interessant dus ik ging erheen. Het vond plaats in het ‘Misra’ hotel in Samarinda, een erg luxe tent. In een mooi aangeklede zaal vonden korte presentaties plaats opgevolgd door discussies. Tijdens de presentatie werd er een actueel onderwerp toegelicht uit een van de deelnemende landen, en dat werd tijdens de discussie geëvalueerd. Het was erg interessant en ik kon veel theorie uit mijn studie in een context plaatsen. Grappig dat er op heel veel plaatsen in de wereld hetzelfde aan de gang is maar dat ieder land het toch op een andere manier benaderd. In de pauze werd er goed gedineerd en ik raakte met mensen aan de praat. Er blijkt een gemis aan hydrologische kennis binnen veel programma’s en ik werd zelfs in de wandelgangen uitgenodigd voor deelname. Het ging dan bijvoorbeeld over minimale en maximale afvoer van rivieren wat voor Cetaceans erg belangrijk is en wat door het ingrijpen van de mens nogal eens beïnvloed wordt.
Eind van de dag nodigde Budi me uit om ook met de tweedaagse excursie mee te gaan, om onder andere de dolfijnen in de Mahakam rivier te bekijken. Dat leek me leuk dus de volgende dag moest ik erg vroeg weer bij het Misra hotel zijn. Vanaf daar vertrokken er twee bussen. Tijdens de bijna 3 uur durende rijs naar Kota Bangun had ik de tijd om mensen beter te leren kennen en te horen over hun activiteiten. In Kota Bangun stapte we over op zes ‘long boats’ en de echte excursie begon. We zaten behoorlijk comfortabel terwijl we met aardige snelheid stroomopwaarts voeren. Onderweg was er veel te zien, het was geweldig op het water, omdat beelden hier meer zeggen dan woorden verwijs ik naar mijn foto’s. We stopten zo nu en dan in de dorpjes die aan de rivier lagen; voor een uitgebreide lunch, wat kleine consumpties of sanitaire behoeftes. Het is ongelofelijk hoe de ‘locals’ naar ons buitenlanders kijken. Vooral naar de westerlingen; mijn neus trok weer volop de aandacht! Ikzelf greep ook mijn kans en fotografeerde er op los, de locals vinden dat leuk, vooral de kinderen! De sfeer was goed en er werd goed voor ons gezorgd. Er waren alleen de hele dag geen dolfijnen te zien… Ik liet de pret niet bederven en genoot van de tocht maar hoorde onder de echte dolfijnenfans wel wat gemopper. Haha, grappig hoe fanatiek die mensen zijn!
Het was best ver, een uur of zes varen en we kwamen dan ook in het pikdonker aan in Sendawar, het dorp waar we zouden overnachten. Voor we naar het hotel gingen, kregen we diner in een overheidsgebouw waar we ook op een culturele dansavond werden getrakteerd. Omdat we erg laat waren en de dansers daardoor al twee uur op ons zaten te wachten besloten we dans en maal tegelijkertijd te genieten. Heel komisch om te zien, hoe hongerige mensen tijdens het eten (met de handen natuurlijk) toch nog foto’s proberen te maken! Ik deed natuurlijk ook mee! Tot diep in de nacht op het terras van het hotel zitten praten omdat het boeiend was.
Dag twee begon met een simpel ontbijt in het hotel en koffie in het dorpje met nieuwe vriend Akbar. Hij is journalist en mee om een artikel voor de krant te schrijven. Spreekt Engels door zijn MSc studie in Thailand, een leuke reisgenoot. Deze dag moesten er echt dieren gezien worden en voorop iedere boot werd een staflid met verrekijker geïnstalleerd. Wij hadden een fanatieke, en daarnaast ook nog eens een natuurfotograaf uit Bangladesh aan boord. Gezamenlijk instrueerde zij de bootsman wat te doen. We zagen hierdoor een boel wild en konden ook dicht bij komen om foto’s maken. Leuk! Apen, alligators, vreemde vogels en uiteindelijk, ja hoor, dolfijnen. We konden behoorlijk dicht bij komen want ze waren niet echt bang. De dolfijnenfans waren erg blij maar als ik heel eerlijk moet zijn zeg ik: doe mij maar de Nederlander aap. Hij wordt zo genoemd omdat hij zo’n grote neus heeft… dat is echt geen grapje!
De hele dag was erg boeiend; weer gegeten in een klein dorp ‘Desa Maura Pahu’, waar we, met de inmiddels bekend gastvrijheid, weer werden ontvangen. Ik kon het niet laten daar ook even een duik te nemen in de Mahakam rivier, het water was warm. Zahangir uit Bangladesh was een leuke reisgenoot, veel gedeelde interesses.
Tijdens de busrijs terug zat ik naast Verné, een jonge vrouw die veel had meegemaakt. We kwamen er achter dat we precies hetzelfde dachten over religie, spiritualiteit en de zin van het leven, geweldig, en heel prettig om mee tegen te komen hier in het verre oosten! Sjee, wat een boeiend gesprek het bezorgde me letterlijk kippenvel, dit was echt de bedoeling denk ik…
Moe maar voldaan kwam ik diep in de nacht thuis. Bedankt Budi en Danielle!
Bureaucratie (14-10-9009 t/m 21-10-2009)
Nog wat hectische dagen volgde, ik moest mijn verblijf hier melden bij de politie en de immigratie, en een aantal permissiebrieven om het veld in te kunnen. Er was echter iets mis met mijn visum; de persoon die mij daarvoor had ‘uitgenodigd’ was niet de professor hier die me toestemming gaf het veldwerk te doen. Dat moest recht gezet worden. Ik herinner mij het verhaal Asterix verovert Rome; dat me aan de situatie hier deed denken.
Kijk dit maar:
Zo was de situatie hier echt. Ik denk dat ik wel op 20 verschillende plaatsen ben geweest en al met al heeft het hele geregel ruim een week geduurd. Ze laten je hier werkelijk voor een kopie van het eea de volgende dag terug komen. Op het moment dat je dan terug komt vertellen ze je pas dat je een echtheidszegel moet hebben om een stempel overheen te zetten. Wat denken ze wel niet, dat we alle tijd van de wereld hebben? Voor het juiste zegel moet je dan weer 3 winkels af zoeken. Nou ja ‘eindgoed al goed’. Ik heb niet de tactiek van Asterix gebruikt maar heb het hele proces geduldig ondergaan. Maar het wordt me langzamerhand wel duidelijk waarom hier zo weinig gebeurd. Er wordt echt niet efficiënt met mensen hun tijd omgegaan!
Ook voor het regelen van mobiel internet voor in mijn kamer ben ik een dag of drie de hort op geweest. Er waren allemaal wazige instellingen of een speciale SIM voor nodig. Bij het service center van de Telecom provider moet je een nummertje trekken. Ik zag dat er 40 nummers voor me waren en ben toen eerst even gaan winkelen. Nee, bij terugkomst was ik niet aan de beurt, had ik ook niet net mijn beurt gemist, zoals in NL zou kunnen gebeuren, maar waren er nog 33 mensen voor me. Ik berekende dat ik met dit tempo de volgende dag om 15.00 uur pas aan de beurt zou zijn en ging naar huis… Uiteindelijk heb ik het weten te regelen mbv vriend Budi, een aardige kerel die zijn mobiel wilde ruilen voor die van mij, toen met een illegaal stukje software die mobiel als modem in kunnen stellen voor het netwerk hier. I love it!!!
De eerste dagen in Pelayaran (11-10-9009 t/m 14-10-2009)
De maandag begon met een gigantisch taalprobleem, echt geen Engels in the house. Werd meegenomen voor ontbijt naar iets verderop. Een boel mensen die kennis met me kwamen maken maar veel verder dan ‘nama saya Tijn’ kwam ik nog niet. Ik begreep dat dit hier mijn huis zou worden, maar dat ik nog een paar dagen in die andere kamer moest slapen omdat de kamer hier nog niet vrij was. Nee, ik kon de kamer ook nog niet bekijken. Oké, de prijs was i.i.g. laag dus daar kan het niet aan liggen, we zullen zien…
In de loop van de ochtend werden er wat Engels sprekende mensen opgetrommeld om te helpen; Anton (Phd student) en Tika (studente Engels) dat was comfortabel en met hun hulp kon ik het een en ander regelen. Onder andere een Indonesische simkaart gekocht. (Smsen onderling is hier werkelijk spotgoedkoop, ze gebruiken het voor alles). Ook het doel waarvoor ik hier was uitgelegd; veldwerk in de Mahakam delta. Vooral Anton was daar erg in geïnteresseerd en gefocust op het feit dat ik dat snel in gang moest gaan zetten. Eigenlijk had ik meer behoefde aan mijzelf een beetje zettellen, maar Antons instelling was niet verkeerd.
De komende dagen kwam van ‘zettellen’ weinig terecht. Hele dagen onderweg; door Anton meegenomen naar van de Uni; voorgesteld aan heel veel mensen. Voor mijn veldwerk contacten gemaakt; daar moest een boel voor worden geregeld; permissiebrieven, kijken hoe het gebied te bereiken, gids regelen, enzovoorts. Veel contact met mensen die me kunnen helpen, werkelijk, ik ging van hot naar her… En iedereen hier is echt heel behulpzaam, dat is geweldig. Er wordt alle tijd voor je genomen, en soms krijg ik zelfs het idee dat ze zelf gewoon niets te doen hebben. Tijdens een gesprek schuiven er vaak mensen aan er wordt veel getelefoneerd. Als je denkt te kunnen vertrekken, duurt dat vaak toch nog een half uur.
In de avonduren werd er dan een beetje ‘gesocialized’. Bijvoorbeeld bij Anton thuis met thee of een soort zoete koffie, maar ik was ook nog vaak erg moe. Ik kwam weinig aan persoonlijke ontspanning toe.
Ik sliep erg slecht die dagen. Mijn kamer was pal aan de straat (het straatje) en heel gehorig. De hele nacht kwamen er af en toe motorscooters langs waar ik steeds wakker van werd. Ook veel mensen proberen hier met een kraampje wat ze voor zich uit rijden, iets te verkopen, om de aandacht te trekken tikken ze met een soort pollepel op een soort pan. Dat gaat door tot heel laat door en begint heel vroeg. Ook bewakers tikken de hele nacht tegen elektriciteitspalen om met elkaar te communiceren. Heel vervelend!!! Oordopjes helpen niets! Ik werd een beetje grieperig.
Woensdag (14-10) eind van de dag kon ik in mijn echte kamer trekken. Dat was erg fijn. Groot genoeg en gelukkig niet aan de straat, maar achter in het huis op de eerste verdieping. Het is tevens de enige kamer boven, dus vanaf de trap begint mijn domein. Dat het boven is zorgt voor privacy, maar het nadeel is dat als de zon schijnt, het er verschrikkelijk heet kan worden. Gelukkig zit er een ventilator bij de huur in. ‘s Avonds zet ik die in de deuropening, dat geeft wat verkoeling. Nu kon ik mezelf echt gaan zettellen, fijn! Mijn spullen uitpakken; er was een klein bureautje waar ik mijn laptop op kwijt kan en een kastje voor mijn kleding. Verder lag er een hele oude matras, geen echt bed dus. Maar okay, ik was gelukkig hier. Klamboe en een waslijn opgehangen en ik kon wat gaan rusten.
Een paar dagen Jakarta en dan op naar Samarinda (9-10-2009 t/m 11-10-2009)
Ik ging dus met Richard op de ‘low budget manier’ Jakarta en omgeving verkenen; slenteren noemt hij dat (zijn Nederlands klinkt heel grappig en soms gebruikt hij verassende woorden). Ik kreeg een ontbijt van casino wit brood en koffie (met de koffieprut onderin), best westers dus. Dat komt door Richards banden met Nederland. Toen ik buiten kwam kreeg ik echt een kick! (de eerste keer Indonesië bij daglicht) Wow het is hier echt een andere wereld! Ten eerste de warmte. Ja, het is gewoon echt heel heet! Als een hete dag in zuid Frankrijk maar dan nog vochtiger. Bij iedere minste of geringe inspanning begint het zweet te lopen. Rustig aan dan maar…
Hoewel er niet echt parken zijn geeft de stad een groene indruk; er zijn veel palmachtige bomen met soms al laag beginnende hele grote groene bladeren, soms met bananen of kokosnoten. Ze groeien in de bermen van de weg, die vaak ook als vuilnisbelt functioneert. Ik vind dat een vreemd contrast; echt mooie planten met mooi fruit, die tussen de vuilnis groeien… Op veel plaatsen ligt die vuilnis ook te smeulen wat soms erg stinkt. Ja, van de westerse hygiëne kunnen ze hier nog heel wat leren. En eigenlijk vreemd, want in een warm klimaat hebben bacteriën sowieso al veel meer kans., dan zou je zeggen dat je wat beter op let. Maar nee, iedereen gooit rommel op straat, inclusief etensresten. Dat trekt weer een hoop dieren aan; ongezonde katten en ratten die zonder probleem naast elkaar leven. Ze zijn trouwens ook bijna even groot dus geen wonder… Kakkerlakken zie je ook lopen. Maar al die dieren poepen natuurlijk ook… Veel rommel verdwijnt met, tja… zijn het beekjes / kanaaltjes of is het gewoon open riool? Daar word van alles in geveegd. De meer luxe wijken zijn een stuk minder ranzig. Daar zijn mensen in dienst die het een beetje schoon houden en zijn de mensen zich denk ik ook meer bewust van ranzigheid. Ja, het contrast tussen rijk en arm is groot, maar het leeft net als de ratten en katten in vrede naast elkaar. Het is fascinerend om te zien dat hier echt verschillende klassen bestaan met allemaal hun eigen economie. Je kunt hier bijvoorbeeld eten voor 5000 Rp (€0,35) maar ook makkelijk voor 1.000.000 (€75,-). Luxe taxie auto’s rijden rakelings langs de Ankot ( rabbig minibusje wat toeterend een vaste ronde rijd maar wel overal stopt om mensen op te pikken of te droppen) en de Becak (driewiel fiets met een bezwete Indonesiër er op, die je als een taxi overal heen brengt). Een vrij luxe (en snelle) manier om je te laten vervoeren is achterop de scooter. Je maakt dan van te voren een afspraak over de prijs, en vervolgens wordt je als een dolle door het verschrikkelijk drukke en totaal ongeorganiseerde verkeer ‘gesleurd’ naar de plaats van bestemming. Dat gaat ècht ten koste van alles; belang van mede weggebruikers en voetgangers en de ‘gezondheid’ van de scooter, met volle vaart het trottoir of vluchtheuvels op en af, daar word niet voor teruggedeinsd. Af en toe werd ik echt zowat gelanceerd!
De lagere economische klassen domineren het straatbeeld; werkelijk overal staat wel een soort van kraampje waar iets aangeboden wordt. Daarbij vind ik ze weinig origineel, ze doen elkaar allemaal na! Van onze marketing theorie; ‘unique selling point’ hebben ze denk ik nog niet gehoord. Ieder 250 m staat er bijvoorbeeld een compressor met een slapende Indonesiër er op / tegenaan. Die pompt voor 1000 Rp je banden op, maar omdat er zoveel concurrentie is hebben ze nauwelijks werk. Die slapende mensen zie je trouwens werkelijk overal; voor ieder kraampje of huisje ligt er wel een… als ze nog niet slapen dan zitten ze kretec sigaretten te roken. Die zijn hier heel goedkoop.
Ja, de stad is echt heel vol, ieder plekje is in gebruik. De scooters zijn werkelijk overal en soms zitten ze er met z’n vieren op, ja Italië is hier zelfs niets bij…
Langs de metro / light-rail wonen de armste mensen, in ‘lilliputter-huizen’ om met Richards woorden te spreken. Deze mensen handelen in plastic wat ze langs de rails vinden. Soms scheert de trein er echt rakelings langs, ik heb jammer genoeg niet echt scherpe foto’s kunnen maken door de vaart van de trein.
Ik vond het fascinerend om alle soorten vervoer te proberen: bij Richard achter op de scooter naar zijn dochter die in een luxe wijk woont. Met de Ankot rondgegaan door de stad en naar het station, ik kijk onderweg mijn ogen uit. Met de metro naar ‘Jakarta Kota’. Vanaf daar achterop de taxiscooter naar de haven om traditionele boten te bekijken.
Het werd al snel donker en we gingen naar het oude centrum. Mooi verlichte pleinen met statige gebouwen uit de tijd van Nederlands-Indië. Voorzichtig voedsel van een kraam geprobeerd, lekker, gebakken tempé!
De volgende dag weer op stap. Dit keer verder weg; eerst naar ‘Bogor’ om een grote botanische tuin te bezoeken, ook vanuit de tijd van Nederlands-Indië. Heel veel exotische planten in een heel groot park, mooi om te zien.
Via een dolle tocht met de Ankot, continu met een wiel in de berm om links in te halen (hoort hier juist rechts hè), verder de bergen in. Het begon hard te regenen en later werd het mistig en weer droog. Richard wilde me de thee plantages laten zien. Dat was mooi, klassieke terras plantages (precies hoe ik het geleerd heb tijdens mijn studie). Daar ‘Saté Kambing’ gegeten: Echt hele lekkere saté (van geitenvlees), dat kun je in NL denk ik nergens vinden…
De terugweg was ook weer avontuurlijk, onder andere in een hele oude, matzwarte bus (zonder deuren natuurlijk), het leek wel een film waar ik in zat. Het laatste stuk met de Becak, heb de fietser maar een fooi gegeven want die was zeiknat van het zweet.
De volgende dag door Richard naar het vliegveld gebracht, nu ik wat meer gewend was hier, was het helemaal niet naar meer. Afscheid genomen van Richard en naar Balikpapan gevlogen.
Balikpapan heeft een klein vliegveld, gewoon met een trapje het vliegtuig uit en lopend naar de terminal. Bijna ruzie met een groep vervelende taxichauffeurs gekregen, ik was ze echt zat en maakte naar één, een gebaar dat die niet goed wijs was! Oeps, dat vonden ze niet leuk. Toen maar 100 meter verderop naar een taxie gaan zoeken… Uiteindelijk met een ‘goede’ taxie (officieel, met meter en zo (dat heet heit ‘argo’) naar Samarinda gegaan. Een drie uur durende tocht voor ongeveer €30,- ja echt!
Naar Fajar’s adres laten brengen want die kon me helpen aan huisvesting enzo. Het was al 23.00 uur en de stroom was uitgevallen toe in aankwam. Hij sprak echt nauwelijks Engels dus communiceren ging heel erg lastig. Sjee wat voel je je dan klungelig, ik kon hem niet eens zeggen hoe dankbaar ik hem was. Rijst met vis gegeten en toen opgehaald door vriend Sabar. Ik begreep het niet helemaal maar was allang blij dat ik uiteindelijk in een kamertje belandde. Het was er erg warm, geen airco zoals bij Richard, en een stuk minder schoon, maar ik was echt uitgeput dus liet het voor wat het was en ben gaan slapen. Gelukkig had ik m’n slaapmatje mee want een matras was er niet…
De heenreis en kennismaking met Indonesië (7-10-2009 t/m 9-10-2009)
Het is best ver van Renkum naar Samarinda. Mijn route was als volgt: Amsterdam -> Munchen -> Singapoor -> Jakarta. Van af daar moest ik nog een vlucht boeken naar Balikpapan en dan met de taxie verder naar Samarinda.
Tijdens de langste zit had ik gelukkig een grappige buurman; Igor, uit Iran. Kletsend over van alles ging de tijd snel, hij maakte me met mooie verhalen erg nieuwsgierig naar Indonesië.
Singapoor heeft een mooi vliegveld; overal tapijt op de vloer en veel tropische planten binnen in het gebouw. Was dit al een cultuurshock? Nee niet echt. Dat kwam pas toen ik een paar uur later in Jakarta aankwam: Ik was een beetje gespannen want ik wist niet precies wat me te wachten stond. Ik had via-via een vage uitnodiging gekregen van Richard, die me dan op zou komen halen en een paar dagen in Jakarta zou ontvangen. Echter na mijn positieve reactie heb ik nooit meer antwoord gehad, (misschien was het hem toch te veel?) Ik had wel het gevoel dat hij er zou staan maar wist dat dus niet zeker, had geen telefoonnummer alleen email van zijn dochter…
In de Lonely Planet stond dat je moest oppassen op de luchthaven van Jakarta, nooit met mensen in zee die je een taxi aanbieden enzovoorts… Met mijn grote rugzak op mijn rug en de kleinere op mijn buik liep ik het geklimatiseerde gedeelte van de luchthaven uit. Baf! Een klap in het gezicht door de hitte, gelijk begon ik te zweten, oh ja Tijn, je ging naar de tropen! Na de douane stonden mensen op te wachten dus ik keek uit naar Richard… Mijn zoekende blik trok de aandacht van de taxichauffeurs die als uitgehongerde parasieten op me af kwamen: “ Taxi Mister? Taxi! Where do you want to go! I can help you!” Waar is die Richard dan toch? Ja, ik denk dat ik er als een makkelijke prooi uitzag; zware tassen, bezweet en zoekend. Ok. pas jezelf aan Tijn! Mn stoerste blik tevoorschijn, commando-look-alike petje op, Ik kan jullie aan!!! Ja, het afschudde lukte behoorlijk. Maar Richard was er echt niet, Shit! Wat nu? Ik voelde dat ik erg moe was; de laatste dagen weinig slaap gehad. Ok. wat weet ik uit mn Lonely Planet? Ik had toch een plan B? Plan B; met bus naar een goedkoop hotel in Jakarta bleek lastig uitvoerbaar… zou duur en heel erg laat worden want Jakarta lag 60 km weg en het was al een uur of negen… Ik had honger en dorst en wist niet of de muggen hier gevaarlijk waren, ik had nog geen Deet op, stom.
Een behulpzame medewerker gaf me het advies gelijk naar Balikpapan door te gaan, ja eigenlijk niet zo’n gek idee, dan ga ik daar wel een hotel zoeken en kan ik weg uit deze drukke hectische en eigenlijk best nare situatie. Een vlucht bleek niet makkelijk te vinden, ik denk dat ik bijna 2 uur heb rondgesjouwd langs allemaal vliegmaatschappijen terwijl ik met mijn vermoeide lichaam en, mijn “ik kan jullie aan!!!” statement moest blijven uitdragen.
“Nee, sorry alles is volgeboekt” kreeg ik overal te horen, en de vluchten die ik kon boeken over twee dagen waren allemaal duurder dan dat ik dat vanuit NL kon doen. Mij was het tegendeel verteld… Wat een rottige situatie; voelde me hulpeloos, dit was echt drie keer shit; wat nu? Ja als de nood het hoogst is…
Ring Ring, telefoon: “Hallo? Ja met Richard, Richard? Hallo met Tijn, ja Tijn waar ben je nou?…”
Thank God!!! We waren elkaar kennelijk misgelopen want hij was al die tijd al op zoek, heeft me zelfs laten omroepen maar ik was inmiddels voor het shoppen naar de Balikpapan vlucht met een busje naar een aderde terminal gegaan. Ok. met busje weer terug naar terminal C, en ja hoor, daar vond ik Richard. Een aardige Indonesische man van 71 jaar oud, die Nederlands sprak. Wat een fijn moment… een last viel van mijn schouders. De rest van de avond verliep prettig, we kwamen pas rond 24.00 bij zijn huis aan door de lange bus-taxie-tocht maar dat gaf niet. Een eenvoudige kamer was klaargemaakt en er was zelfs een redelijk werkende airco. Richard had grootse plannen met me; een auto huren en me veel laten zien, het zou wel duur worden dus daar moest ik nog even over denken, maar hij zou het alvast gaan regelen… Na wat gegeten te hebben, m’n klamboe (bedankt Juerd) opgehangen en gaan slapen. ’s Morgens erg vroeg werd ik wakker want die auto huren zat me toch niet lekker, natuurlijk, hartstikke leuk, maar ik verwacht voor de komende tijd veel uitgaven en kan het me nu gewoon niet veroorloven. Ik hoorde gestommel dus uit bed gegaan om met Richard te praten, voorzichtig brengen… ik wilde hem niet beledigen. Gelukkig reageerde hij positief; “ok. dan doen we het low budget manier, met public transport” Fijn… ik kon toen nog een paar uur slapen.
