Written on december 28th, 2009 by Tijn Oostewaal8 shouts
Toen ik met mijn vriend Legowo op stap was, werd hij onverwachts gebeld met de vraag of hij mee wilde doen aan een competitie betreffende zijn onderzoeksonderwerp. Toen hij de telefoon ophing vroeg hij of ik mee wilde, het zou namelijk in Benjarmassin, de hoofdstad van Zuid-Kalimantan, plaatsvinden en hij was van mening dat we er een mooi uitstapje van konden maken. Ik hoefde niet lang na te denken maar nog wel vlug nog e.e.a. afronden voor mijn veldwerk, we zouden de volgende dag namelijk al vertrekken.
We gingen met de bus en omdat de trip voornamelijk ‘s nachts zou plaatsvinden koos Legowo voor goedkope tickets zonder airco. Zoals je misschien al in mijn twitters hebt gelezen was de bus een regelrechte hel. De bus was zo ontzettend oud en rabbig en heel erg ranzig. Daarnaast was er echt heel weinig beenruimte (mn knieën zaten tegen de stoel voor me gedrukt), en was roken toegestaan. Dat deed iedereen dan ook continu en wie me een beetje kent weet dat ik daar niet zo heel erg van houd! Na een paar uur ging het hard regenen en gingen de raampjes dicht… roken gaat door. Je kent wel zo’n propvolle bus in de regenachtige ochtendspits, iedereen is drijfnat de bus ingestapt en binnen de kortste keren is de luchtvochtigheid gestegen naar 100%, alle ramen beslagen en condens drupt soms naar beneden. Zo was het in deze bus ook, maar daarbij nog een rookgordijn als in een bruine kroeg (ouderwetse dan hè). Gruwelijk!!!
Daarnaast sprak de rijstijl van de chauffeur me niet echt aan en in combinatie met de technische staat van de bus en het wegdek maakte dit me soms zelfs behoorlijk ongerust…
Gelukkig stopte we onderweg regelmatig bij een eetkraam en was er een overtocht met een pond van een uur of zo waarbij we gelukkig uit de bus konden, ik liep over de boot als een behoorlijke zombie.
Na 17 uur hobbelen kwamen we in Benjarmassin. Grote stad met voorsteden. Nog even in de Ancot en we kwamen bij het hotel. Wow, even een hele andere wereld; lekker lux met alle westerse voorzieningen. De badkamer was comfortabel, zeker omdat mn darmen behoorlijk op hol waren (ja ze proberen me nog steeds zo nu en dan te vergiftigen…)
De presentaties voor de competitie waren in het Indonesisch dus in de loop van de avond, na de openingsspeeches, wat te bikken en een potje netwerken ben ik afgehaakt. Lekker buiten een rondje, het was afgekoeld en de shoppingmall was dichtbij. Ik kon het niet laten mezelf op een patat dubbel met te trakteren…. Ohhhhh wat is dat toch verrukkelijk!!!
De volgende dag stond in het kader van een rondtocht in de omgeving en de stad. Het was leuk, maar voor verslag hiervan verwijs ik naar mijn foto’s en hun bijschriften. Legowo is daar geboren dus dat we met zijn familie gingen was vanzelfsprekend. Erg aardige mensen die me die avond ook gastvrij ontvingen in hun huis. Dat was wel weer ‘ back to basic’ zucht… Wel leuk is dat de hele familie langskwam en het werd zowaar een gezellige boel. Ze woonde aan een traditionele markt; gehorig maar wel mooi om wat foto’s te nemen de volgende ochtend! Ook een museum en de edelstenen markt moest ik “verplicht” bekijken.
Voor de terugtocht hadden we wel de Aircon bus geboekt: 2,5 euro meer en dan is die ook gelijk vergelijkbaar met een Nederlandse touringcar. De terugrit was dus lang niet zo rot en al met al was het gewoon weer een leuk avontuur!
Written on november 11th, 2009 by Tijn Oostewaal9 shouts
De Budi waar ik al eerder over verteld heb heeft samen met zijn Nederlandse vrouw Danielle een NGO: ‘Rasi’. Hiermee komen zij op voor Natuurbehoud en specifieker het belang van Cetaceans (walvisachtige). De rivier dolfijn is op veel plaatsen behoorlijk bedreigd en dat is dan ook een belangrijk onderwerp binnen hun activiteiten. Ze zijn al een tijd bezig met het organiseren van een internationale workshop namelijk: ‘Workshop on Establishing Protected Areas for Asian Freshwater Cetaceans’. Nu is het zover. Budi nodigde me uit om een dag mee te lopen omdat het veel met water management te maken heeft. Het leek me leerzaam en interessant dus ik ging erheen. Het vond plaats in het ‘Misra’ hotel in Samarinda, een erg luxe tent. In een mooi aangeklede zaal vonden korte presentaties plaats opgevolgd door discussies. Tijdens de presentatie werd er een actueel onderwerp toegelicht uit een van de deelnemende landen, en dat werd tijdens de discussie geëvalueerd. Het was erg interessant en ik kon veel theorie uit mijn studie in een context plaatsen. Grappig dat er op heel veel plaatsen in de wereld hetzelfde aan de gang is maar dat ieder land het toch op een andere manier benaderd. In de pauze werd er goed gedineerd en ik raakte met mensen aan de praat. Er blijkt een gemis aan hydrologische kennis binnen veel programma’s en ik werd zelfs in de wandelgangen uitgenodigd voor deelname. Het ging dan bijvoorbeeld over minimale en maximale afvoer van rivieren wat voor Cetaceans erg belangrijk is en wat door het ingrijpen van de mens nogal eens beïnvloed wordt.
Eind van de dag nodigde Budi me uit om ook met de tweedaagse excursie mee te gaan, om onder andere de dolfijnen in de Mahakam rivier te bekijken. Dat leek me leuk dus de volgende dag moest ik erg vroeg weer bij het Misra hotel zijn. Vanaf daar vertrokken er twee bussen. Tijdens de bijna 3 uur durende rijs naar Kota Bangun had ik de tijd om mensen beter te leren kennen en te horen over hun activiteiten. In Kota Bangun stapte we over op zes ‘long boats’ en de echte excursie begon. We zaten behoorlijk comfortabel terwijl we met aardige snelheid stroomopwaarts voeren. Onderweg was er veel te zien, het was geweldig op het water, omdat beelden hier meer zeggen dan woorden verwijs ik naar mijn foto’s. We stopten zo nu en dan in de dorpjes die aan de rivier lagen; voor een uitgebreide lunch, wat kleine consumpties of sanitaire behoeftes. Het is ongelofelijk hoe de ‘locals’ naar ons buitenlanders kijken. Vooral naar de westerlingen; mijn neus trok weer volop de aandacht! Ikzelf greep ook mijn kans en fotografeerde er op los, de locals vinden dat leuk, vooral de kinderen! De sfeer was goed en er werd goed voor ons gezorgd. Er waren alleen de hele dag geen dolfijnen te zien… Ik liet de pret niet bederven en genoot van de tocht maar hoorde onder de echte dolfijnenfans wel wat gemopper. Haha, grappig hoe fanatiek die mensen zijn!
Het was best ver, een uur of zes varen en we kwamen dan ook in het pikdonker aan in Sendawar, het dorp waar we zouden overnachten. Voor we naar het hotel gingen, kregen we diner in een overheidsgebouw waar we ook op een culturele dansavond werden getrakteerd. Omdat we erg laat waren en de dansers daardoor al twee uur op ons zaten te wachten besloten we dans en maal tegelijkertijd te genieten. Heel komisch om te zien, hoe hongerige mensen tijdens het eten (met de handen natuurlijk) toch nog foto’s proberen te maken! Ik deed natuurlijk ook mee! Tot diep in de nacht op het terras van het hotel zitten praten omdat het boeiend was.
Dag twee begon met een simpel ontbijt in het hotel en koffie in het dorpje met nieuwe vriend Akbar. Hij is journalist en mee om een artikel voor de krant te schrijven. Spreekt Engels door zijn MSc studie in Thailand, een leuke reisgenoot. Deze dag moesten er echt dieren gezien worden en voorop iedere boot werd een staflid met verrekijker geïnstalleerd. Wij hadden een fanatieke, en daarnaast ook nog eens een natuurfotograaf uit Bangladesh aan boord. Gezamenlijk instrueerde zij de bootsman wat te doen. We zagen hierdoor een boel wild en konden ook dicht bij komen om foto’s maken. Leuk! Apen, alligators, vreemde vogels en uiteindelijk, ja hoor, dolfijnen. We konden behoorlijk dicht bij komen want ze waren niet echt bang. De dolfijnenfans waren erg blij maar als ik heel eerlijk moet zijn zeg ik: doe mij maar de Nederlander aap. Hij wordt zo genoemd omdat hij zo’n grote neus heeft… dat is echt geen grapje!
De hele dag was erg boeiend; weer gegeten in een klein dorp ‘Desa Maura Pahu’, waar we, met de inmiddels bekend gastvrijheid, weer werden ontvangen. Ik kon het niet laten daar ook even een duik te nemen in de Mahakam rivier, het water was warm. Zahangir uit Bangladesh was een leuke reisgenoot, veel gedeelde interesses.
Tijdens de busrijs terug zat ik naast Verné, een jonge vrouw die veel had meegemaakt. We kwamen er achter dat we precies hetzelfde dachten over religie, spiritualiteit en de zin van het leven, geweldig, en heel prettig om mee tegen te komen hier in het verre oosten! Sjee, wat een boeiend gesprek het bezorgde me letterlijk kippenvel, dit was echt de bedoeling denk ik…
Moe maar voldaan kwam ik diep in de nacht thuis. Bedankt Budi en Danielle!
Written on oktober 31st, 2009 by Tijn Oostewaal13 shouts
Ik ging dus met Richard op de ‘low budget manier’ Jakarta en omgeving verkenen; slenteren noemt hij dat (zijn Nederlands klinkt heel grappig en soms gebruikt hij verassende woorden). Ik kreeg een ontbijt van casino wit brood en koffie (met de koffieprut onderin), best westers dus. Dat komt door Richards banden met Nederland. Toen ik buiten kwam kreeg ik echt een kick! (de eerste keer Indonesië bij daglicht) Wow het is hier echt een andere wereld! Ten eerste de warmte. Ja, het is gewoon echt heel heet! Als een hete dag in zuid Frankrijk maar dan nog vochtiger. Bij iedere minste of geringe inspanning begint het zweet te lopen. Rustig aan dan maar…
Hoewel er niet echt parken zijn geeft de stad een groene indruk; er zijn veel palmachtige bomen met soms al laag beginnende hele grote groene bladeren, soms met bananen of kokosnoten. Ze groeien in de bermen van de weg, die vaak ook als vuilnisbelt functioneert. Ik vind dat een vreemd contrast; echt mooie planten met mooi fruit, die tussen de vuilnis groeien… Op veel plaatsen ligt die vuilnis ook te smeulen wat soms erg stinkt. Ja, van de westerse hygiëne kunnen ze hier nog heel wat leren. En eigenlijk vreemd, want in een warm klimaat hebben bacteriën sowieso al veel meer kans., dan zou je zeggen dat je wat beter op let. Maar nee, iedereen gooit rommel op straat, inclusief etensresten. Dat trekt weer een hoop dieren aan; ongezonde katten en ratten die zonder probleem naast elkaar leven. Ze zijn trouwens ook bijna even groot dus geen wonder… Kakkerlakken zie je ook lopen. Maar al die dieren poepen natuurlijk ook… Veel rommel verdwijnt met, tja… zijn het beekjes / kanaaltjes of is het gewoon open riool? Daar word van alles in geveegd. De meer luxe wijken zijn een stuk minder ranzig. Daar zijn mensen in dienst die het een beetje schoon houden en zijn de mensen zich denk ik ook meer bewust van ranzigheid. Ja, het contrast tussen rijk en arm is groot, maar het leeft net als de ratten en katten in vrede naast elkaar. Het is fascinerend om te zien dat hier echt verschillende klassen bestaan met allemaal hun eigen economie. Je kunt hier bijvoorbeeld eten voor 5000 Rp (€0,35) maar ook makkelijk voor 1.000.000 (€75,-). Luxe taxie auto’s rijden rakelings langs de Ankot ( rabbig minibusje wat toeterend een vaste ronde rijd maar wel overal stopt om mensen op te pikken of te droppen) en de Becak (driewiel fiets met een bezwete Indonesiër er op, die je als een taxi overal heen brengt). Een vrij luxe (en snelle) manier om je te laten vervoeren is achterop de scooter. Je maakt dan van te voren een afspraak over de prijs, en vervolgens wordt je als een dolle door het verschrikkelijk drukke en totaal ongeorganiseerde verkeer ‘gesleurd’ naar de plaats van bestemming. Dat gaat ècht ten koste van alles; belang van mede weggebruikers en voetgangers en de ‘gezondheid’ van de scooter, met volle vaart het trottoir of vluchtheuvels op en af, daar word niet voor teruggedeinsd. Af en toe werd ik echt zowat gelanceerd!
De lagere economische klassen domineren het straatbeeld; werkelijk overal staat wel een soort van kraampje waar iets aangeboden wordt. Daarbij vind ik ze weinig origineel, ze doen elkaar allemaal na! Van onze marketing theorie; ‘unique selling point’ hebben ze denk ik nog niet gehoord. Ieder 250 m staat er bijvoorbeeld een compressor met een slapende Indonesiër er op / tegenaan. Die pompt voor 1000 Rp je banden op, maar omdat er zoveel concurrentie is hebben ze nauwelijks werk. Die slapende mensen zie je trouwens werkelijk overal; voor ieder kraampje of huisje ligt er wel een… als ze nog niet slapen dan zitten ze kretec sigaretten te roken. Die zijn hier heel goedkoop.
Ja, de stad is echt heel vol, ieder plekje is in gebruik. De scooters zijn werkelijk overal en soms zitten ze er met z’n vieren op, ja Italië is hier zelfs niets bij…
Langs de metro / light-rail wonen de armste mensen, in ‘lilliputter-huizen’ om met Richards woorden te spreken. Deze mensen handelen in plastic wat ze langs de rails vinden. Soms scheert de trein er echt rakelings langs, ik heb jammer genoeg niet echt scherpe foto’s kunnen maken door de vaart van de trein.
Ik vond het fascinerend om alle soorten vervoer te proberen: bij Richard achter op de scooter naar zijn dochter die in een luxe wijk woont. Met de Ankot rondgegaan door de stad en naar het station, ik kijk onderweg mijn ogen uit. Met de metro naar ‘Jakarta Kota’. Vanaf daar achterop de taxiscooter naar de haven om traditionele boten te bekijken.
Het werd al snel donker en we gingen naar het oude centrum. Mooi verlichte pleinen met statige gebouwen uit de tijd van Nederlands-Indië. Voorzichtig voedsel van een kraam geprobeerd, lekker, gebakken tempé!
De volgende dag weer op stap. Dit keer verder weg; eerst naar ‘Bogor’ om een grote botanische tuin te bezoeken, ook vanuit de tijd van Nederlands-Indië. Heel veel exotische planten in een heel groot park, mooi om te zien.
Via een dolle tocht met de Ankot, continu met een wiel in de berm om links in te halen (hoort hier juist rechts hè), verder de bergen in. Het begon hard te regenen en later werd het mistig en weer droog. Richard wilde me de thee plantages laten zien. Dat was mooi, klassieke terras plantages (precies hoe ik het geleerd heb tijdens mijn studie). Daar ‘Saté Kambing’ gegeten: Echt hele lekkere saté (van geitenvlees), dat kun je in NL denk ik nergens vinden…
De terugweg was ook weer avontuurlijk, onder andere in een hele oude, matzwarte bus (zonder deuren natuurlijk), het leek wel een film waar ik in zat. Het laatste stuk met de Becak, heb de fietser maar een fooi gegeven want die was zeiknat van het zweet.
De volgende dag door Richard naar het vliegveld gebracht, nu ik wat meer gewend was hier, was het helemaal niet naar meer. Afscheid genomen van Richard en naar Balikpapan gevlogen.
Balikpapan heeft een klein vliegveld, gewoon met een trapje het vliegtuig uit en lopend naar de terminal. Bijna ruzie met een groep vervelende taxichauffeurs gekregen, ik was ze echt zat en maakte naar één, een gebaar dat die niet goed wijs was! Oeps, dat vonden ze niet leuk. Toen maar 100 meter verderop naar een taxie gaan zoeken… Uiteindelijk met een ‘goede’ taxie (officieel, met meter en zo (dat heet heit ‘argo’) naar Samarinda gegaan. Een drie uur durende tocht voor ongeveer €30,- ja echt!
Naar Fajar’s adres laten brengen want die kon me helpen aan huisvesting enzo. Het was al 23.00 uur en de stroom was uitgevallen toe in aankwam. Hij sprak echt nauwelijks Engels dus communiceren ging heel erg lastig. Sjee wat voel je je dan klungelig, ik kon hem niet eens zeggen hoe dankbaar ik hem was. Rijst met vis gegeten en toen opgehaald door vriend Sabar. Ik begreep het niet helemaal maar was allang blij dat ik uiteindelijk in een kamertje belandde. Het was er erg warm, geen airco zoals bij Richard, en een stuk minder schoon, maar ik was echt uitgeput dus liet het voor wat het was en ben gaan slapen. Gelukkig had ik m’n slaapmatje mee want een matras was er niet…
Het is best ver van Renkum naar Samarinda. Mijn route was als volgt: Amsterdam -> Munchen -> Singapoor -> Jakarta. Van af daar moest ik nog een vlucht boeken naar Balikpapan en dan met de taxie verder naar Samarinda.
Tijdens de langste zit had ik gelukkig een grappige buurman; Igor, uit Iran. Kletsend over van alles ging de tijd snel, hij maakte me met mooie verhalen erg nieuwsgierig naar Indonesië.
Singapoor heeft een mooi vliegveld; overal tapijt op de vloer en veel tropische planten binnen in het gebouw. Was dit al een cultuurshock? Nee niet echt. Dat kwam pas toen ik een paar uur later in Jakarta aankwam: Ik was een beetje gespannen want ik wist niet precies wat me te wachten stond. Ik had via-via een vage uitnodiging gekregen van Richard, die me dan op zou komen halen en een paar dagen in Jakarta zou ontvangen. Echter na mijn positieve reactie heb ik nooit meer antwoord gehad, (misschien was het hem toch te veel?) Ik had wel het gevoel dat hij er zou staan maar wist dat dus niet zeker, had geen telefoonnummer alleen email van zijn dochter…
In de Lonely Planet stond dat je moest oppassen op de luchthaven van Jakarta, nooit met mensen in zee die je een taxi aanbieden enzovoorts… Met mijn grote rugzak op mijn rug en de kleinere op mijn buik liep ik het geklimatiseerde gedeelte van de luchthaven uit. Baf! Een klap in het gezicht door de hitte, gelijk begon ik te zweten, oh ja Tijn, je ging naar de tropen! Na de douane stonden mensen op te wachten dus ik keek uit naar Richard… Mijn zoekende blik trok de aandacht van de taxichauffeurs die als uitgehongerde parasieten op me af kwamen: “ Taxi Mister? Taxi! Where do you want to go! I can help you!” Waar is die Richard dan toch? Ja, ik denk dat ik er als een makkelijke prooi uitzag; zware tassen, bezweet en zoekend. Ok. pas jezelf aan Tijn! Mn stoerste blik tevoorschijn, commando-look-alike petje op, Ik kan jullie aan!!! Ja, het afschudde lukte behoorlijk. Maar Richard was er echt niet, Shit! Wat nu? Ik voelde dat ik erg moe was; de laatste dagen weinig slaap gehad. Ok. wat weet ik uit mn Lonely Planet? Ik had toch een plan B? Plan B; met bus naar een goedkoop hotel in Jakarta bleek lastig uitvoerbaar… zou duur en heel erg laat worden want Jakarta lag 60 km weg en het was al een uur of negen… Ik had honger en dorst en wist niet of de muggen hier gevaarlijk waren, ik had nog geen Deet op, stom.
Een behulpzame medewerker gaf me het advies gelijk naar Balikpapan door te gaan, ja eigenlijk niet zo’n gek idee, dan ga ik daar wel een hotel zoeken en kan ik weg uit deze drukke hectische en eigenlijk best nare situatie. Een vlucht bleek niet makkelijk te vinden, ik denk dat ik bijna 2 uur heb rondgesjouwd langs allemaal vliegmaatschappijen terwijl ik met mijn vermoeide lichaam en, mijn “ik kan jullie aan!!!” statement moest blijven uitdragen.
“Nee, sorry alles is volgeboekt” kreeg ik overal te horen, en de vluchten die ik kon boeken over twee dagen waren allemaal duurder dan dat ik dat vanuit NL kon doen. Mij was het tegendeel verteld… Wat een rottige situatie; voelde me hulpeloos, dit was echt drie keer shit; wat nu? Ja als de nood het hoogst is…
Ring Ring, telefoon: “Hallo? Ja met Richard, Richard? Hallo met Tijn, ja Tijn waar ben je nou?…”
Thank God!!! We waren elkaar kennelijk misgelopen want hij was al die tijd al op zoek, heeft me zelfs laten omroepen maar ik was inmiddels voor het shoppen naar de Balikpapan vlucht met een busje naar een aderde terminal gegaan. Ok. met busje weer terug naar terminal C, en ja hoor, daar vond ik Richard. Een aardige Indonesische man van 71 jaar oud, die Nederlands sprak. Wat een fijn moment… een last viel van mijn schouders. De rest van de avond verliep prettig, we kwamen pas rond 24.00 bij zijn huis aan door de lange bus-taxie-tocht maar dat gaf niet. Een eenvoudige kamer was klaargemaakt en er was zelfs een redelijk werkende airco. Richard had grootse plannen met me; een auto huren en me veel laten zien, het zou wel duur worden dus daar moest ik nog even over denken, maar hij zou het alvast gaan regelen… Na wat gegeten te hebben, m’n klamboe (bedankt Juerd) opgehangen en gaan slapen. ’s Morgens erg vroeg werd ik wakker want die auto huren zat me toch niet lekker, natuurlijk, hartstikke leuk, maar ik verwacht voor de komende tijd veel uitgaven en kan het me nu gewoon niet veroorloven. Ik hoorde gestommel dus uit bed gegaan om met Richard te praten, voorzichtig brengen… ik wilde hem niet beledigen. Gelukkig reageerde hij positief; “ok. dan doen we het low budget manier, met public transport” Fijn… ik kon toen nog een paar uur slapen.